Waaruit bestaat een schrikdraad systeem?

Schrikdraadsysteem -

Waaruit bestaat een schrikdraad systeem?

De werking van een schrikdraadraster berust in tegenstelling tot andere weiderasters op het respect van de dieren voor de elektrische schok, die zij krijgen als ze de draad/het raster aanraken. De schokken zijn niet gevaarlijk voor mens en dier, maar veroorzaken toch respect om het nog eens aan te raken. Dit werkt bij alle soorten dieren, zowel bij het binnenhouden van dieren als ook voor het afweren van dieren.

Een schrikdraadrastersysteem bestaat uit:

① Het schrikdraadaparaat zorgt voor regelmatige stroomstoten.

② Het rasterdraad transporteerd de stroom. Isolatoren zorgen ervoor dat de stroom niet naar de grond wordt afgeleid.

③ Bij aanraking door een dier wordt de stroom door het lichaam van het dier geleid.

④ De stroom "loopt" via de grond.

⑤ Via de aardpennen "loopt" de stroom terug naar het apparaat.

 

3 FACTOREN ZORGEN VOOR EEN OPTIMALE FUNCTIE:

1. HET GELEIDINGSVERMOGEN

Schrikdraadrasters met grote lengtes kunnen alleen functioneren met goed geleidende rasterdraden. Bij het gebruik van 2,5 mm dik staaldraad zijn bij een 4-dradige afrastering en zonder grasbegroeiing in de praktijk afrasteringen tot max. 120 km mogelijk. Bij afrasteringen met slechts 1 draad vermindert zich de maximaal mogelijke lengte op 30 km.
Gebruikt u maar één kunststofdraad met 6 x 0,20 mm Ø roestvrij stalen geleiders, vermindert de maximaal mogelijk rasterlengte zich op 250 m. Bij begroeiing van het raster moeten deze cijfers nog beduidend verminderd worden. De rasterdraden moeten zorgvuldig gekozen worden, aangepast aan de geplande rasterlengte en de verwachte begroeiingssituatie. Zie hiervoor onze informatie in hoofdstuk rasterdraden, kunststofdraad, cord, lint.

Alleen rasterdraden met een hoog geleidingsvermogen zorgen bij grotere raster lengtes voor maximale prestaties tot op het eind van het raster.

 

2. DE AARDING

De grondbeginselen van de aarding

Het schrikdraadraster is een kringloopsysteem waardoor stroom vloeit. De stroom die door de draad, via het lichaam van mens of dier en door begroeiing naar de grond stroomt, moet via de aardpennen naar het apparaat terugstromen.
Omdat de grond de stroom slecht geleidt, vooral bij droge zandbodem of steenachtige bodem, is het belangrijk om de aarding voldoende te dimensioneren, zodat het apparaat zijn vol vermogen kan ontwikkelen.

Zo ziet de typische aardingsinstallatie voor lichtnetapparaten er uit. Let op de perfecte aarding, want meer dan 80 % van de geïnstalleerde aardingssystemen zijn ontoereikend. Let op de aanbevelingen over het aantal aardpennen in de tabellen bij de schrikdraadapparaten

 

3. HET SCHRIKDRAADAPPARAAT.

Een sterk schrikdraadapparaat is de basis voor de stroomvoorziening van uw schrikdraadraster. Het vermogen van een schrikdraadapparaat wordt weergegeven in Joules.

4 factoren spelen een belangrijke rol bij de keuze van het apparaat:

① Begroeiingsbelasting langs het raster

② De rasterlengte en het aantal rasterdraden

③ Het soort dier

④ De stroombron 9 V / 12 V of 230 V

 

 

De hoogte van de draden voor verschillende diersoorten:

Kleine paarden en ponies: 1,05 m tot 1,30 m hoog, met 2 tot 3 draden

Paarden: 1,30 m tot 1,60 m hoog, met 2 tot 3 draden.

Schapen: 0,90 m tot 1,05 m hoog, met 4 tot 5 draden.

Geiten: 1,05 m tot 1,20 m hoog, met 4 tot 6 draden.